Een toilet in het bos, het park of de duinen

Een stad is vol met deuren waar je binnen kunt. Een bos heeft er geen. Dat klinkt vanzelfsprekend tot je op anderhalf uur van de parking staat met een kind dat nu moet, en beseft dat het dichtstbijzijnde toilet dat je kent het toilet van de parking is.

Een bakstenen sanitair blok aan de parking van een bosdomein

Sanitair aan de parking van Greenway Bank Country Park. Foto: Jonathan Kington, CC BY-SA 2.0, via Wikimedia Commons.

Waar het sanitair staat, en waar niet

In natuurgebieden staat sanitair op vaste, voorspelbare plekken — en nergens anders:

  • Het onthaal of bezoekerscentrum. Vrijwel altijd, meestal gratis, meestal met een luiertafel. Ook meestal het enige gebouw in het hele domein.
  • De grote parking. Bij provinciale en Vlaamse domeinen is er vaak een blok bij de hoofdingang. Bij een gewone bosparking langs de weg meestal niet.
  • De horeca bij de ingang. Het bospaviljoen, de taverne aan de vijver, de brasserie bij het kasteel. Toilet voor klanten; zie toiletten in winkels en zaken.
  • De speeltuin. Waar een grote speelzone is, is meestal ook sanitair — dat is de plek waar gemeenten het als eerste zetten.

Wat er níét staat: iets halverwege de wandellus. Bewegwijzerde routes lopen bewust weg van gebouwen, en dat is precies het probleem.

Waarom de Ardennen zo dun bezet zijn

De provincie Luxemburg telt op deze site 94 toiletten over 29 gemeenten. Dat is niet weinig voor het aantal inwoners — het is weinig voor het aantal vierkante kilometers. Landelijke gemeenten scoren per inwoner vaak uitstekend: La Roche-en-Ardenne komt uit op één toilet per 323 inwoners, beter dan elke stad. Maar die toiletten staan in het dorpscentrum, en jij loopt in het bos ertussen.

Dat is de vertekening om in je hoofd te houden bij de cijfers per gemeente: een gemeente met veel toiletten en veel oppervlakte kan alsnog een wandeling opleveren waarbij je twee uur niets tegenkomt.

Plan het rond de lus, niet rond de wandeling

Wandelroutes zijn lussen die op de parking beginnen en eindigen. Dat maakt het planbaar:

  1. Ga vóór je vertrekt, ook als je niet moet. Bij het onthaal of in het café waar je koffie drinkt.
  2. Kijk waar de lus terugkomt bij de ingang. Veel routes passeren halverwege opnieuw dicht bij het startpunt — dat is je natuurlijke tussenstop.
  3. Zoek het dichtstbijzijnde dorp op de kaart. Kerk, gemeentehuis, dorpsplein: de radar sorteert op afstand vanaf waar je staat en houdt rekening met de openingsuren.
  4. Reken op winteruren. Sanitair in domeinen sluit buiten het seizoen, net als aan de kust. Wat een openingsuur waard is, staat in hoe laat gaat een openbaar toilet open?

En als er echt niets is

Dan geldt het buitengebied-gezond-verstand: uit het zicht, ver van water en van paden, en alles wat papier is gaat mee terug in je rugzak. Wat de wet erover zegt — en waar het wél beboet wordt — staat in wildplassen in België.

Neem sowieso je eigen papier mee. Zelfs waar sanitair staat, is het lang niet zeker dat er iets hangt: zie is er wc-papier?