Hoeveel openbare toiletten heeft jouw gemeente?

België telt 565 gemeenten. Op deze site staan er 3115 toiletten, verspreid over 408 gemeenten. Voor de overige 157 kennen we er geen enkele. Dat is één toilet per 3154 inwoners — als je het uitsmeert, wat je nooit moet doen.

De steden naast elkaar

Voor de grotere steden ziet het er zo uit. Eén regel per 50.000+ inwoners, aantal inwoners per bekend toilet:

StadEén toilet per
Leuven748 inwoners
Gent855 inwoners
Brussel901 inwoners
Brugge1234 inwoners
Oostende2308 inwoners
Mechelen2483 inwoners
Antwerpen2485 inwoners
Namur3604 inwoners
Liège3684 inwoners
Charleroi17.027 inwoners

Leuven en Gent staan bovenaan om twee redenen tegelijk: ze hebben veel sanitair, én ze publiceren het zelf als open data. Dat tweede is geen detail: Antwerpen sprong van één toilet per 4303 inwoners naar één per 2485 op de dag dat we de lijst van de stad zelf inlazen. Er kwam geen enkel toilet bij in de stad — alleen op deze kaart.

De kleinste gemeenten winnen het overigens van alle steden. Brugelette komt uit op één toilet per 229 inwoners, La Roche-en-Ardenne op één per 323. Toeristische dorpen bouwen sanitair voor bezoekers, niet voor inwoners, en de teller telt alleen die laatste.

Wat deze cijfers níét zeggen

Ze zeggen even veel over de kaart als over de gemeente. Sint-Jans-Molenbeek staat hier op één toilet voor bijna honderdduizend inwoners. Dat is geen feit over Molenbeek, dat is een gat in de gegevens: niemand heeft ze ingetekend en de gemeente publiceert geen lijst.

Zo werkt het overal. Een gemeente scoort hier goed als ze:

  1. haar sanitair als open data publiceert — Gent, Brussel, Luik en Verviers doen dat, en die zie je meteen terug in de cijfers;
  2. actieve OpenStreetMap-mappers heeft, wat vaker in studentensteden zo is;
  3. er effectief veel heeft staan.

Alleen dat derde punt gaat over toiletten. De eerste twee gaan over wie de moeite deed het op te schrijven. Lees de tabel dus als wat we weten, niet als wat er is.

Hoe je er eentje bij krijgt

Er zijn drie wegen, en ze sluiten elkaar niet uit.

Staat het toilet er wel, maar niet op de kaart? Dat los je in twee minuten op. Gebruik onderaan elke toiletpagina het correctieformulier, of teken het zelf in op OpenStreetMap — daar halen wij onze gegevens vandaan, dus het komt bij de volgende ronde vanzelf hier terecht. Dat is meteen de snelste manier om je gemeente in bovenstaande tabel te doen stijgen.

Staat het er niet? Dan is het je gemeentebestuur. Een mail naar de dienst openbare werken of een punt op de gemeenteraad werkt beter met een concrete plek erbij: een plein, een park, een halte. “Er zijn te weinig toiletten” is een mening; “aan de speeltuin in de Xstraat staat er geen en er komen daar elke woensdag honderd kinderen” is een dossier.

Vraag naar het openstellen van bestaande toiletten. Het goedkoopste toilet is er een dat al bestaat. Bibliotheken, sporthallen en dienstencentra hebben er allemaal, en verschillende steden werken met een netwerk waarbij horecazaken hun toilet openstellen tegen een vergoeding. Dat kost een gemeente een fractie van een nieuw gebouw.

En wat er dan moet staan

Meer is niet automatisch beter. Een rij urinoirs verhoogt het aantal maar niet de bruikbaarheid — waarom dat zo is, staat in waarom staat er een urinoir en geen toilet? Wat een toilet echt bruikbaar maakt voor iedereen, staat in wat maakt een toilet écht toegankelijk?

Hoe deze cijfers precies tot stand komen — welke bronnen, welke gaten, en wat één correctie oplevert — staat in hoe deze kaart gemaakt is.

Wat er in jouw gemeente staat, vind je via de homepage of de radar.